De Europese Commissie heeft de derde editie van de richtlijnen voor Sustainable Urban Mobility Plans (SUMP 3.0) gepubliceerd. De vernieuwde richtlijnen vormen een belangrijke mijlpaal in het Europese mobiliteitsbeleid en spelen in op nieuwe maatschappelijke uitdagingen, beleidsdoelen en de praktijkervaring van steden die de afgelopen jaren met SUMP’s hebben gewerkt.
Hoewel de bekende SUMP-structuur van vier fasen, twaalf stappen en 32 activiteiten behouden blijft, verschuift de aandacht nadrukkelijk van planvorming naar uitvoering. De nieuwe richtlijnen leggen meer nadruk op governance, implementatie, monitoring en institutionele capaciteit. De Europese Commissie constateert dat niet zozeer het maken van plannen, maar vooral de uitvoering ervan vaak de grootste uitdaging vormt.
Verplicht voor 431 stedelijke knooppunten
De actualisatie van de richtlijnen komt op een belangrijk moment. Op grond van de herziene TEN-T-verordening moeten 431 Europese stedelijke knooppunten uiterlijk eind 2027 beschikken over een Sustainable Urban Mobility Plan. Tegelijkertijd worden steden geconfronteerd met vraagstukken rond klimaatneutraliteit, sociale gelijkheid, stedelijke logistiek en technologische innovatie.
Meer aandacht voor regionale samenwerking
Een belangrijk thema binnen SUMP 3.0 is samenwerking op regionale schaal. Mobiliteitsstromen beperken zich immers niet tot gemeentegrenzen. De richtlijnen benadrukken daarom het belang van afstemming binnen zogeheten Functional Urban Areas (FUA’s), waarin gemeenten, regio’s en andere stakeholders gezamenlijk werken aan samenhangend mobiliteitsbeleid.
Uitgebreide kennisbasis
Ook de rol van de zogenoemde Expert Corner en de bijbehorende referentiedocumenten is verder uitgebreid. Deze kennisbank biedt praktische handvatten voor thema’s als fietsen, lopen, openbaar vervoer, stedelijke logistiek, deelmobiliteit, inclusiviteit, klimaatadaptatie, elektrificatie en Urban Vehicle Access Regulations (UVAR’s).
Naar een continu verbeterproces
Met SUMP 3.0 groeit duurzaam mobiliteitsbeleid verder uit tot een doorlopend proces van monitoring, evaluatie en bijsturing. Daarmee verschuift de focus van het opstellen van plannen naar het daadwerkelijk realiseren van duurzame en toekomstbestendige mobiliteit.
Lees de oorspronkelijke versie van het artikel op polisnetwork.eu