Nieuwe serious game over brede welvaart op provinciaal niveau

Levensechte keuzes over fictieve provincie Laak

Iedereen wil sturen op brede welvaart. Tot het concreet wordt. Dan botsen belangen en wordt kiezen onvermijdelijk. Woningbouw, mobiliteit, economie en natuur vragen allemaal ruimte. Wat geef je prioriteit, en wat niet? De nieuwe serious game ‘Provincie Laak’ maakt die spanning zichtbaar en voelbaar.


De game is ontwikkeld door Waai Serious Games als vervolg op het eerdere ‘Brede Welvaart Spel’. Waar dat eerste spel draaide om een stad, zoomt deze nieuwe variant uit naar provinciaal niveau. In de denkbeeldige provincie Laak krijgen spelers te maken met opgaven rond mobiliteit, natuur, economie, veiligheid, ondermijning, verstedelijking en klimaat. Het is een uitgebreid bordspel met een dikke handleiding en voorzien van een grote koffer – het uitspelen van een casus duurt al snel drie uur. Geen simpel spelletje dus, maar een serieuze oefenomgeving waarin deelnemers ervaren hoe keuzes op het ene terrein doorwerken op andere domeinen.

Volgens Yme Gorter van Waai zit precies daar de waarde. ‘We leven in een tijd waarin we ons niet meer kunnen permitteren om onderzoek op onderzoek te stapelen en vervolgens geen besluiten te nemen. Serious games helpen om te oefenen, om sneller keuzes te maken en om beter beslagen ten ijs te komen.’

Abstracte termen

Wie over brede welvaart praat, komt al snel in abstracte termen terecht. Het gaat over kwaliteit van leven, over de balans tussen hier en nu, later en elders, over samenhang tussen economie, gezondheid, leefomgeving en sociale kwaliteit. In beleidsstukken klinkt dat vaak logisch. In de dagelijkse praktijk is het een stuk weerbarstiger.

Dat merkt ook Paul de Ridder. Hij is spelontwikkelaar bij het bureau en ziet dat professionals in hun gewone werk vaak terugvallen op hun eigen dossier of reflex. ‘In een goed spel wil je dat mensen zo opgaan in wat er gebeurt, dat ze aan het eind denken: wacht eens even, hier kijk ik nu anders tegenaan. Dan heb je iets geraakt.’

‘Provincie Laak’ is daarom niet opgezet als een luchtig spelletje met snelle winstprikkels. Deelnemers moeten lezen, overleggen, afwegen en onderbouwen. Zij spelen in groepen van vijf tot acht personen en krijgen een casus voorgelegd die is geïnspireerd op actuele provinciale vraagstukken. Daarbij moeten zij keuzes maken, investeren, bezuinigen en omgaan met de gevolgen daarvan. Elke keuze heeft effect op meerdere ‘kapitalen’, zoals economisch, menselijk en natuurlijk kapitaal.

Juist dat maakt het spel leerzaam, leggen de makers uit. Wie inzet op economische groei, kan elders schade veroorzaken. Wie natuur ontziet, kan woningbouw vertragen. Wie veiligheid wil vergroten, kan stuiten op bestuurlijke grenzen of sociale weerstand. Anders gezegd: de integraliteit zit niet in een mooie slogan, maar in het systeem van het spel zelf.

Verzonnen, maar herkenbaar

De provincie Laak bestaat niet echt. Toch voelt zij volgens de makers direct vertrouwd. Dat is bewust zo gedaan. Waai bouwt al langer aan een fictieve wereld waarin beleidsvraagstukken geoefend kunnen worden. Eerder ontstond al de stad Laakdam. Die stad ligt nu als hoofdstad in de grotere provincie Laak, die weer bestaat uit regio’s met elk hun eigen verhaal, spanning en dynamiek.

De Ridder noemt het ‘een soort ander Nederland dat wel Nederlands aanvoelt’. In de provincie komen allerlei kenmerken samen die professionals herkennen uit hun eigen praktijk: een havengebied, landbouwregio’s, een groen hart, stedelijke verdichting, logistieke knooppunten en industrie. Casussen gaan bijvoorbeeld over ondermijning, een drukke corridor, schokbestendigheid en keuzes richting 2050.

Doordat het gebied fictief is, ontstaat ruimte om vrijer te denken en te oefenen. Spelers hoeven niet meteen in de verdediging te schieten omdat het over hun eigen gemeente of dossier gaat. Tegelijk schuurt het genoeg om geloofwaardig te blijven. Precies dat maakt de setting veilig én bruikbaar.

‘Als je een echte situatie zou nemen, wordt het al snel politiek’, zegt Gorter. ‘Nu komt het heel dicht bij de werkelijkheid, maar zonder dat mensen meteen op hun eigen positie gaan zitten.’

Trainingsinstrument

De serious game is ontwikkeld in opdracht van de provincies Noord-Brabant, Utrecht en Zuid-Holland. Die gebruiken het spel als leer- en trainingsinstrument. De casussen zijn uiteengezet met behulp van onder meer TNO, provincies, planbureaus en lokale rekenkamers. Achter de speeltafel schuilt dus een stevige inhoudelijke basis, weet De Ridder.

Net als in de echte wereld is er veel informatie af te wegen. Je moet dus vanuit een visie en vanuit de opgave bepalen wat je nodig hebt en wat niet, legt De Ridder uit. Maar je krijgt het plaatje nooit helemaal compleet. Wie echt met brede welvaart wil werken, moet kunnen omgaan met onzekerheid, tegenstrijdige belangen en onvolledige kennis.

Vertrouwde thema’s

Tijdens testsessies ziet Gorter dat deelnemers vaak niet alleen iets leren over brede welvaart, maar ook over hun eigen manier van werken. Ze merken dat ze toch weer naar hun vertrouwde thema grijpen. Of dat ze ongemakkelijk worden van informatie die niet compleet is. Of dat ze een onderwerp dat minder dichtbij voelt, te makkelijk laten liggen.

Dat laatste kan heel concreet worden. In een eerdere spelvariant bleek bijvoorbeeld dat zogenoemde ‘yuppenwijken’ het vaak beter deden dan wederopbouwwijken of buurten met meer sociale problematiek. Niet omdat spelers dat bewust zo wilden, maar omdat ze zich makkelijker met die eerste wijken identificeerden. Juist daar kan een goede spelleider op ingrijpen en het gesprek openen: kijk eens wat hier gebeurt. Welke bias neem je zelf mee?

Die begeleiding is belangrijk. Waai werkt daarom met gecertificeerde spelleiders. Zij leren niet alleen hoe het spel technisch werkt, maar ook hoe ze de groep kunnen bevragen, uitdagen en bijsturen. Want het gaat niet om zo snel mogelijk een uitkomst halen, maar om het gesprek dat onderweg ontstaat.

Gesprek over kernwaarden

Naast de reguliere variant voor beleidsmedewerkers is er ook een bestuurdersvariant ontwikkeld. Die begint niet met een praktische maatregel, maar met een gesprek over kernwaarden. Wat staat hier op het spel? Gaat het om vertrouwen, rentmeesterschap, autonomie, transparantie? Pas daarna worden keuzes concreter, legt De Ridder uit.

Dat lijkt misschien een stap terug, maar volgens de makers is het juist een noodzakelijke stap vooruit. Veel organisaties weten best dat waarden meespelen, maar vinden het lastig om die hardop te maken. Terwijl je elkaar juist daar kunt vinden. Als er overeenstemming is over de onderliggende waarden, wordt het ook makkelijker om afwegingen te maken in beleid, ruimtegebruik of mobiliteit.

‘Provincie Laak’ staat niet op zichzelf, maar maakt deel uit van een groeiend platform waarin verschillende bestuurslagen oefenen met sturen op brede welvaart. Na de stedelijke variant zijn er dus nu toepassingen op provinciaal en gemeentelijk niveau, met ruimte voor maatwerk en eigen casussen, legt Gorter uit. Zo maken ze nu een variant speciaal voor de gemeente Tilburg.

De game maakt zichtbaar wat in de praktijk vaak onder tafel blijft, merkt Gorter. ‘Je mag even oefenen, maar wel zo realistisch dat je merkt wat je keuzes doen en hoe lastig ze zijn.’ En misschien is dat wel de belangrijkste opbrengt, zegt De Ridder tot slot. Dat brede welvaart niet alleen een begrip blijft, maar iets wordt wat je voelt en meeneemt in je werk.

Meer lezen